Wie de weg naar binnen gaat

 

Wie de weg naar binnen gaat

het binnenste buiten keert

en het buitenste binnen

is een vreemdeling in deze wereld

maar een eenling in het rijk der hemelen,

één met Dát wat is.

 

Wil je de ladder beklimmen

naar het rijk der hemelen?

Leg dan je hoofd in het hart

en laat hoog en laag

binnen en buiten

mannelijk en vrouwelijk

goed en kwaad voorgoed achter je.

Ontdoe je van alles

wat je niet bent.

 

Wil je het lichtkleed dragen?

Trek dan de kleren uit

van verleden en toekomst

leg de mantel van onwetendheid weg

omhul je met het naadloze kleed

van inzicht en wijsheid

in het eeuwig nu.

 

Gekleed in licht

ben je nu ín de wereld

maar niet ván de wereld

kwetsbaar, maar toch sterk,

handelend, zonder zelf te handelen,

leeg van ik-zucht,

gevuld door het Al.

 

Doordrongen van grenzeloos licht

voorbij de poort van geboorte en dood

wordt tot slot het lichtkleed weggenomen

in de bruiloft met de Geest.

Wat geweven werd op het weefgetouw tijd

wordt draad voor draad uiteengetrokken

door grenzeloos licht.

  

Licht en liefde geworden

in Dát wat altijd is,

het pad voltooid.

Geen voetafdruk

geen spoor achterlatend

in nevels van de tijd.

 

Kind van het Licht ben jij,

van de Liefde.

van de Vrijheid.

van de Waarheid.

 

Thuisgekomen ben je

in het koninkrijk der hemelen.

Het ware koningschap

van het eeuwig Zelf is gerealiseerd,

het sterfelijke opgegaan in onsterfelijkheid,

smart in tijdloze vreugde.

De ketens van slavernij zijn verbroken,

ebben en vloeden van golvende tijd

tot verstilling gekomen.

 

Alle werelden zijn gekend,

manifestaties van het Ene.

Alle verlangens zijn uitgeblust.

Zelfs rust en beweging zijn overstegen.

De reis door de tijd

en de vormen

is voorgoed ten einde gekomen.

 

EINDELIJK THUIS

AUM. AUM. AUM.

©Marcel.Messing april 2017