Het Evangelie van de Pistis Sophia, hoofstuk 125

30-04-2026 00:00

Wederom ging Maria voort en sprak tot de Verlosser: ‘Mijn Heer, wanneer geloof en de mysteriën zich zullen hebben geopenbaard, welnu, wanneer zielen in vele kringlopen in de wereld komen en verzuimen mysteriën te ontvangen, daar zij hopen dat zij ze zullen ontvangen, wanneer zij in een andere kringloop in de wereld komen, zullen zij zo niet in gevaar zijn er niet in te slagen de mysteriën te ontvangen?’

De Verlosser antwoordde en sprak tot zijn discipelen: ‘Verkondigt de gehele wereld en zegt tot de mensen: Beijver u, opdat gij de mysteriën van het Licht in deze benarde tijd ontvangt en het Lichtrijk ingaat. Voegt de ene dag niet bij de andere, of de ene kringloop bij de andere, in de hoop dat gij erin zult slagen de mysteriën te ontvangen, wanneer gij in een andere kringloop in de wereld komt.

En deze weten niet, wanneer het getal der volkomen zielen op handen zal zijn, want wanneer het getal der volkomen zielen op handen zal zijn, zal Ik de poorten van het Licht sluiten, en niemand zal van dit uur af daar ingaan, noch zal iemand daarna uitgaan, daar het getal der volkomen zielen en het mysterie van het Eerste Mysterie vol is, om welks wil  het AL ontstaan is, dat wil zeggen: Ik ben dat Mysterie.

En van dit uur zal niemand tot het Licht kunnen ingaan en niemand zal kunnen uitgaan. Want bij de voleindiging van de tijd van het getal der volkomen zielen, voordat Ik de wereld in vuur heb ontstoken, opdat het de eonen en de voorhangsels en de firmamenten en de ganse aarde en ook alle materiën die daarop zijn, reinige, zal de mensheid nog bestaan.

In die tijd nu zal het geloof zich nog meer openbaren en de mysteriën in die dagen. En vele zielen zullen door middel van de kringlopen der verwisselingen van het lichaam komen; en terugkomende in de wereld, zijn er enkele onder hen in deze huidige tijd, die naar Mij geluisterd hebben, hoe Ik leerde; die zullen bij de voleindiging van het getal der volkomen zielen de mysteriën van het Licht vinden en ze ontvangen, en naar de poorten van het Licht komen en bevinden dat het getal der volkomen zielen vol is, hetwelk de voleindiging is van het Eerste Mysterie en de kennis van het AL. En zij zullen bevinden dat Ik de poorten van het Licht heb gesloten, en dat het van dit uur af onmogelijk is dat iemand binnengaat of dat iemand uitgaat.

Die zielen nu zullen aan de poorten van het Licht kloppen, zeggende: O Heer, doe ons open! Ik zal antwoorden en tot hen zeggen: Ik ken u niet, vanwaar gij zijt. En zij zullen tot Mij zeggen: Wij hebben van Uw mysteriën ontvangen en Uw gehele leer voleindigd, en Gij hebt ons op de straten onderwezen. En Ik zal antwoorden en tot hen zeggen: Ik weet niet wie gij zijt, gij daders van ongerechtigheid en van het boze tot nu toe. Daarom gaat in de buitenste duisternis. En van dat uur zullen zij in de buitenste duisternis gaan, daar waar geween is en tandengeknars.

Daarom nu verkondigt de ganse wereld en zegt toe hen: “ Streef ijverig ernaar, u de ganse wereld en de gehele daarin aanwezige materie te ontzeggen, opdat gij de mysteriën van het Licht zult ontvangen, voordat het getal der volkomen zielen vol is, opdat, men u niet voor de deur van de Lichtpoort laat staan en u naar de buitenste duisternis leidt.”

Welnu: Wie oren heeft om te horen, die hore.’  Toen de Verlosser dit nu gezegd had, snelde Maria wederom naar voren en sprak: ‘ Mijn Heer, niet alleen mijn lichtmens heeft oren, doch mijn ziel heeft gehoord en begrepen alle woorden die Gij spreekt. Welnu, mijn Heer, aangaande de woorden die Gij gesproken hebt: “Verkondigt aan de mensen der wereld en zegt tot hen: Beijver u, de mysteriën van het Licht in deze benarde tijd te ontvangen, opdat gij het Lichtrijk beërft…

Hoofdstuk 125 uit het Evangelie van de Pistis Sophia

 

Terug